Cultuur

Bij verblijven in een ander land, komt ook een andere cultuur kijken. Ook de mensen op het project krijgen te maken met een nieuwe cultuur, namelijk die van jou. Door middel van workshops en spellen kan je een uitwisseling creëren, waarbij beide culturen als inspiratiebron kunnen dienen.

Leeftijd 8+

Lifeskill(s): Kritisch en creatief denken, Besluitvorming, Intercultureel bewustzijn

Leeftijd: 8+

Aantal: 5-50 personen

Ruimte: Genoeg ruimte voor de hele groep

Tijd: 5+ minuten

Materiaal:

Lijn in het midden van de ruimte

Beschrijving:

Met elkaar in gesprek gaan a.d.h.v. stellingen en dilemma’s

Werkwijze

In het midden van de ruimte maak je een streep. Iedereen gaat aan een kant van de streep staan. Noem de stelling/het dilemma op en wijs aan welke kant welk antwoord heeft. Iedereen kiest voor zichzelf. A.d.h.v de antwoorden ga je in gesprek met elkaar. Zorg dat je zelf ook meedoet en moedig aan om door te vragen. Makkelijk aan te passen naar het thema van de activiteit.

Zorg dat er altijd twee antwoorden zijn; waar/niet waar, eens/oneens, boos/blij, etc.

Voorbeelden van thema’s 

Over deze thema’s kun je stellingen bedenken, maar je mag natuurlijk ook zelf een thema bedenken.

  • Eten
  • Muziek
  • Kleding
  • Dieren
  • Verkeer
  • Feestdagen
  • Relaties
  • Man en vrouw - gender
  • Werk
  • School
  • Religie
  • Vakantie

Leeftijd 10+

Lifeskill(s): Intercultureel bewustzijn, Communicatie

Leeftijd: 10+

Aantal: 5-15 personen

Ruimte: Groot genoeg voor een kring

Tijd: 30+minuten

Materiaal:

  • Pennen
  • Post-it’s

Beschrijving:

Met elkaar in gesprek over de verschillen en overeenkomsten van de culturen.

Inleiding

Begin met een makkelijke ijsbreker. Bijvoorbeeld; zoek iemand die dezelfde hobby heeft, zoek iemand die dezelfde leeftijd heeft, zoek iemand met dezelfde schoenmaat.

Kern

Bedenk één of twee startvragen. Hier kan je mee beginnen, maar je kan deze ook achter de hand houden voor als er geen vragen komen vanuit de groep. Zorg voor een veilige sfeer binnen de groep. Verplicht kinderen dus niet om te antwoorden. Stel zelf vragen en beantwoord vragen, alleen dan kom je in een echt gesprek. Thema’s waar je het met de groep over kunt hebben zijn:

  • Eten
  • Muziek
  • Kleding
  • Dieren
  • Verkeer
  • Feestdagen
  • Relaties
  • Man en vrouw - gender
  • Werk
  • School
  • Religie
  • Vakantie

Als het niet loopt

  1. Laat iedereen een of twee vragen op een papiertje schrijven. Stop deze in een plastic zak/pot etc. Laat iemand een vraag trekken en ga hier op verder.
  2. Dilemma’s in de groep gooien en hierover discussiëren. Voorbeelden: (Alle vragen zijn beschikbaar in het Engels in de Engelse variant van deze app. Benieuwd? Switch de app dan via de taalknop.)
    1. In mijn cultuur is het normaal om te laat te komen.
    2. In mijn cultuur moet je getrouwd zijn voordat je aan kinderen begint
    3. In mijn cultuur is het normaal om te werken en te studeren tegelijkertijd.
    4. In mijn cultuur spelen dans, muziek en eten een belangrijke rol.
    5. In mijn land hebben we nationale feestdagen.
    6. In mijn cultuur hebben mannen en vrouwen dezelfde rechten en worden ze hetzelfde behandelt.
    7. In mijn land is het onderwijs onderverdeeld in verschillende niveaus.

Afsluiting

Wanneer er geen gespreksstof meer is, of de tijd op is kan je het gesprek afsluiten met een krachtige energizer.

Leeftijd 18 tot 30

Life skill(s): Intercultureel bewustzijn

Leeftijd: 18-30

Aantal: Maximaal 10 deelnemers met 1 begeleider

Ruimte: Lokaal

Tijd: 60-90 minuten

Materiaal:

  • Post-its
  • Pennen
  • Poster

Beschrijving:

Deze activiteit doe je met een groep mannen of vrouwen apart. Op deze manier krijg je zowel een vrouwelijke als mannelijke perspectief over relaties en seksualiteit op het project waar je verblijft. Als de deelnemers na de activiteit behoefte hebben om hun perspectief met het andere geslacht te delen kan je dit dan regelen.

1.       Benoem aan de deelnemers dat we bij deze activiteit met elkaar in gesprek gaan over relaties en seksualiteit. Deel post its en pennen uit en laat de deelnemers vragen en onderwerpen opschrijven die ze graag willen bespreken. Wanneer ze klaar zijn kunnen ze hun post it op de poster plakken.

2.      Lees de post its die op de poster staan en zet dezelfde soorten vragen en onderwerpen bij elkaar om op die manier meer overzicht te krijgen over welke onderwerpen er besproken moeten worden.

3.      Vraag aan de groep met welke onderwerp ze willen beginnen. Als ze geen keuze kunnen maken kies je zelf een onderwerp. Bijvoorbeeld: voorbehoedsmiddelen, seksuele voorlichting, trouwen, seks, relaties, rol als vrouw en kinderen.

Tip: Begin met een makkelijke onderwerp zoals: trouwen, relaties, rol als vrouw en kinderen krijgen . Stap voor stap kan je dit opbouwen naar meer moeilijke onderwerpen.

4.      Stel en bedenk verschillende vragen bij het bespreken van de onderwerpen en vergelijk de desbetreffende cultuur met de Nederlandse, zodat er ook sprake is van een uitwisseling.

Voorbeeldvragen:

  • Wat vinden jullie belangrijk in een relatie?
  • Vergeef je een jongen/meisje als die vreemd gaat? Waarom wel/ niet?
  • Hoeveel partners mag je hebben?
  • Wanneer mag/ wil je trouwen?
  • Moet je eerst trouwen en daarna kinderen krijgen? Waarom?
  • Wat gebeurt er als je familie je partner niet mag?
  • Hoeveel kinderen wil je hebben?
  • Krijg je seksuele voorlichting op school? Wat precies heb je geleerd?
  • Heb je thuis voorlichting van je ouders gehad?

5.      Aan het einde beantwoord je de vragen van de groep.

6.      Korte reflectie en evaluatie. Vraag aan de groep wat ze van de bespreking vonden.

Aandachtspunt: Wees bewust van je rol als gespreksleider. Je taak is om goed te luisteren, doorvragen, motiveren van de deelnemers en het gesprek begeleiden, zodat iedereen aan het woord komt. Wees bewust van dat deze thema een taboe is binnen de cultuur en dat niet iedereen open staat om dit te bespreken. Toon respect en speel in op de behoeftes van de groep.

Volwassenen

Life skill(s): Intercultureel bewustzijn

Leeftijd: Volwassenen

Aantal: 15

Ruimte: Zaal met stoelen

Tijd: 60 minuten

Materiaal:

  • Flip-over of bord
  • Papiertjes met uitgeschreven casussen

Beschrijving:

Introductie

Laat de groep in een cirkel gaan zitten.

Vraag iedere aanwezige zich voor te stellen aan de hand van zijn/haar naam en wat hij/zij het liefste doet met kinderen.

Overeenkomsten en verschillen

Leg uit dat je benieuwd bent naar overeenkomsten en verschillen tussen het onderwijs hier en het onderwijs in Nederland. Vraag om na te denken over bijzonderheden of te verwachten overeenkomsten en om dat vervolgens aan de groep voor te stellen.

Maak een overzicht op het bord of een flip over van de overeenkomsten en de verschillen. Streef ernaar dat er tenminste 5 verschillen en 5 overeenkomsten gevonden worden.

Casussen

Vertel dat het je leuk lijkt om in kleinere groepjes in gesprek te gaan en dat je dit aan de hand van casussen wilt doen.

(Alle vragen zijn beschikbaar in het Engels in de Engelse variant van deze app. Benieuwd? Switch de app dan via de taalknop.)

Casus 1: Wat doe je als je ziet dat een student uit jouw klas, die niet erg succesvol is, een examen niet haalt en depressief overkomt?

Casus 2: Hoe spelen de talenten van kinderen een rol in het schoolse leven?

Lifeskill(s): Intercultureel bewustzijn

Leeftijd: Volwassenen

Aantal: 10-15

Ruimte: Lokaal of zaal met stoelen

Tijd: 60 minuten

Materiaal:

  • Poster met opvoedingsstijlen
  • Poster met preventief systeem
  • Pennen
  • Post-its

Beschrijving:

De salesianen van Don Bosco hebben een eigen pedagogische visie; het preventieve systeem. Dit systeem wordt door alle Salesianen en bij alle Don Bosco projecten toegepast, maar per land is dit verschillend. Dit komt door het verschil in cultuur, normen en waarden en ook de omgeving. Ook kan het zijn dat de opvoeding anders is in het land waar jij verblijft. Om een beter beeld te krijgen hoe dat op het project en land is waar jij bent, kun je in gesprek met de medewerkers gaan.

Preventief systeem

Vertel dat je in Nederland gehoord hebt over het preventieve systeem. Vraag de medewerkers het systeem aan je uit te leggen. Laat eventueel een afbeelding van de driehoek zien zoals jij die kent. Vraag wat elke pijler betekent en waarom ze belangrijk zijn (Religion, Reason en Loving-kindness). Je mag ook kritische/ ethische vragen stellen aan de medewerkers wanneer ze hun verhaal vertellen. Doe dit wel op een respectvolle manier zonder te oordelen. Bijvoorbeeld:

-        Waarom is religie zo belangrijk?

-        Kan je situaties benoemen waar je op basis van dit systeem handelt?

-        Wat vind je fijn van de preventief systeem?

-        Wat vind je moeilijk bij het gebruiken van de preventief systeem?

-        Weten de kinderen/ jongeren over de preventief systeem? Waarom wel/ niet?

-        Heb je naast deze methode andere methodes of visies waar jullie meewerken? Zou je dat willen? Waarom?

Opvoedingsstijlen

Vertel hoe in Nederland de opvoeding er vaak aan toe gaat en dat je benieuwd bent naar de opvoeding op de plek waar je nu bent. Vraag wat de medewerkers belangrijk vinden in de opvoeding en volgens welke opvoedingswijze ze handelen. Je kunt de manier van opvoedingsstijlen zoals wij die kennen in Nederland laten zien aan de hand van een poster.

Benoem de opvoedingsstijl die in Nederland het meest van toepassing is en vertel hoe jouw opvoeding was. Wat heb je van je ouders/ opvoeders meegekregen? Wat mocht wel en wat mocht niet? Wat is belangrijk in de Nederlandse opvoeding?

Vraag aan de medewerkers over de opvoedingsstijl op het project.

- Wat vind je belangrijk in het opvoeden van kinderen en jongeren?

- Waarom werk je met kinderen en jongeren?

- Wat wil je met deze doelgroep bereiken?

- Wat vind je van kinderen straffen en hoe gebeurt dat? Waarom?

- Heb je bij een situatie spijt gekregen over je manier van handelen?

- Heb je plannen voor de toekomst?

Sluit de bijeenkomst af met een korte reflectie en evaluatie. Geef alle medewerker een post-it en pen. Vraag ze om in één woord hun werk met kinderen en jongeren te beschrijven. Bespreek dit hierna.

 * Autoritair: Hier is er sprake van veel controle en weinig responsiviteit/ betrokkenheid van opvoeder. De opvoeder is de baas en het kind moet gehoorzamen en respect tonen Als dit niet gebeurt wordt het kind gestraft. Deze opvoedingsstijl komt veel voor in Zuid Amerika, Azië en Afrika.

* Democratisch (Autoritatief): Hier is er sprake van veel controle en veel responsiviteit/ betrokkenheid van opvoeders. Opvoeders gaan in dialoog met hun kind. Beide partijen hebben een gelijke positie. Kinderen worden aangemoedigd om hun mening te geven, waardoor ze op jong leeftijd mondig leren zijn. Deze opvoedingsstijl komt veel voor in Westerse landen.

* Verwaarlozend: Hier is er sprake van weinig controle en weinig responsiviteit/ betrokkenheid van opvoeders. De opvoeders is niet echt aanwezig en denkt alleen aan zijn eigen belangen.

* Toegeeflijk (Permissief): Hier is er sprake van weinig controle en veel responsiviteit/ betrokkenheid van de opvoeder. De opvoeder heeft weinig controle over het kind en kan moeilijk grenzen stellen. Uiteindelijk bepaalt het kind alles en is die de baas over de ouder.